navbar.frm 20180310
ATTENTIE. . Groot onderhoud . . . Bijeenkomst op 19 april 2018 . . . Elke zondag 145.475 MHz . . 10:30 RTTY bulletin . . 11:00 uur Woerdense Ronde .
W

Geschiedenis van radaronderzoek in Nederland

Samenvatting

In 1924 deed het gerucht de ronde dat de Duiters een dodelijke straal hadden waarmee ze vliegtuigen uit de lucht konden schieten. Het bericht werd snel ontzenuwd, maar toch besloten prof J.L.van Soest en zijn technicus PD.Groot meer onderzoek te doen naar golven en stralen. Zij betrokken een nieuw laboratorium, een pandje op de Waalsdorpervlakte en deden daar onderzoek naar de propagatie van ultra korte radiogolven.

Op 30 april 1904 had de Duitser Christiaan Hülsmeyer een apparaat gepatenteerd waar met behulp van 'Herziaanse golven' de aanwezigheid van metalen voorwerpen konden worden aangetoond. RADAR, RAdio Detection And Ranging, was geboren.

In de jaren tot WO-2 was een dergelijk apparaat opgebouwd uit een zender en een ontvanger elk met een eigen antenne. Er werd een continue radiogolf uitgezonden en door het richten van beide antennes op het zelfde object kon een gereflecteerd signaal worden waargenomen. De stand van de antenne bepaalde de richting waarin het object zich bevond. Het is niet moeilijk te begrijpen dat de ontvanginstallatie op deze manier veel last had van het rechtstreeks inlekken van het signaal van de eigen zender.

Het onderzoek van van Soest trok nieuwe medewerkers aan, waaronder prof J.L.C.W. von Weiler. Von Weiler introduceerde het pulste radiosignaal met een gecombineerde zend-ontvanger. Die methode maakte niet alleen afstandsmeting maar ook het zenden en ontvangen met een enkele antenne mogelijk. Tevens kon daarbij een grote energiewinst gehaald worden.

Het 'elektrisch luistertoestel' zoals het toendertijd genoemd werd, werd daarmee verkleind tot een handzaam apparaat, zeer uitzonderlijk voor die tijd.

Toen op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvielen waren er 4 luistertoestellen gereed. Von Weiler en zijn jonge assistente Max Staal pakten er twee in, vernietigden de resterende toestellen inclusief de bouwtekeningen en vertrokken naar Engeland.
De Britten, waar Sir Robert Alexander Watson Watt uitgebreid radaronderzoek had gedaan en uitgebreide grondradars hadden, waren waren verbaasd over dat kleine toestel dat slechts een enkele antenne nodig had. Het systeem werd ingezet op de Nederlandse marineschepen, waar het zeer effectief was tegen aanvallen van vijandelijke schepen

Na de oorlog hervatte van Soest zijn werk in Waalsdorp, waar het Physich laboratorium onder de vlag van TNO verder ging. Von Weiler kreeg een eigen laboratorium, het Laboratorium voor Elektronische Ontwikkeling in Oegstgeest. Max Staal kwam terecht bij Hollandse Signaalapparaten in Hengelo, het huidige Thales, waar hij later directeur werd. Phased Array Antenne

Het radaronderzoek spitste zich daarna toe op de ontwikkeling van snellere detectie en meerdere gelijktijdige radiobundels. De draaibare antenne maakte plaats voor vast opgestelde antennevlakken, opgevuld met dipolen. Door elke dipool aan te sturen met een eigen in fase verschoven signaal, kan het stralingspatroon en de richting van de hoofdbundel naar wens worden ingesteld. Deze fasedraaiers worden elektronisch aangestuurd, waardoor het antenne stralingspatroon zeer snel gewisseld kan worden. Dergelijke systemen worden Active Phased Array Radar genoemd.

Nederland speelt nog steeds een vooraanstaande rol bij de verdere ontwikkeling van moderne radarapparatuur.

Pieter J. T. Bruinsma, PA0PHB

 Meer informatie