navbar.frm 20180310
ATTENTIE. . VAKANTIE ONDERHOUD . . Bijeenkomst op 18 oktober 2018 . . Elke zondag 145.475 MHz . . 10:30 RTTY bulletin . . 11:00 uur Woerdense Ronde .
W

De geschiedenis van de computer

Samenvatting

Computerroom
De eerste computers waren mensen! Dat wil zeggen, elektronische (en de vroegere mechanische) computers kregen deze naam omdat ze het werk deden dat eerst door mensen werd opgedragen. Computer was oorspronkelijk een beroeps aanduiding, gebruikt om te omschrijven wat ze deden, namelijk herhaaldelijke berekeningen maken, zoals scheepsnavigatie tabellen, getijdenkaarten, planetaire posities voor astronomische almanaks.

Stelt u eens voor dat u dag in dag uit, uur na uur, niets anders deed, dan steeds maar rekenen. Verveling zou spoedig toeslaan en leiden tot slordigheid en fouten. En zelfs op uw beste dagen zullen uw antwoorden niet veel sneller worden. Daarom hebben uitvinders al vele honderden jaren gezocht naar een manier van mechanisatie, d.w.z een mechanisme dat deze taak zou kunnen vervullen.

Abacus De ABACUS was een vroege hulp voor wiskundige berekeningen. Zijn enige waarde is, dat hij het geheugen van de mens helpt bij zijn berekeningen. Een bedreven abacus-gebruiker kan optel- en aftrek processen even snel doen als iemand met een zakjapanner. De abacus komt niet oorspronkelijk uit China, want de oudst bekende abacus werd 300 v.C gebruikt door de Babyloniers. De abacus is in het verre Oosten nog steeds in gebruik. Een moderne abacus bestaat uit ringen die over staven schuiven, maar de oudere abacus had gootjes, waarin kiezelstenen konden worden verschoven.

Het woord calculus is het Latijnse woord voor kiezelsteen.

Napier Bones Logarithmetafel In 1617 vond een excentrieke, Schot, (sommigen noemden hem gek) genaamd John Napier LOGARITHMES uit, een technologie waarmee vermenigvuldigen gedaan kan worden via optellen. Het magische bestanddeel is de logarithme van elke operand, die verkregen werd uit een gedrukte tabel. Maar Napier bedacht ook een systeem met verschuifbare ivoren staafjes waar de logarithmische waarden in waren gekerfd.


Napier's uitvinding leidde tot de rekenliniaal, voor het eerst gemaakt in 1632 in Engeland en nog in gebruik in de 60-er jaren door de NASA ingenieurs van de Mercury, Gemini en Apollo projecten, met de landing op de maan.

Rekenlineaal


Het meest gebruikte type rekenlineaal

Rekenlineaal Japan


Een speciale Japanse rekenlineaal

Leonardo da Vince (1452-1519) maakte tekeningen van machientjes met gekoppelde schuiven, maar maakte er waarschijnlijk geen. De eerste schuif-rekenende machine was waarschijnlijk het door de Duitse professor Wilhelm Schickard in 1623 gemaakt apparaat. Helaas door zijn dood tijdens de builenpest kwam het niet in de publiciteit.

In 1642 vond Blaise Pascal, op negentienjarige leeftijd, de PASCALINE uit, als hulp voor zijn vader, die ontvanger der belastingen was. Pascal bouwde 50 van deze schuifrekenmachines, die echter alleen maar konden optellen d.m.v wieltjes, die na elke omwenteling een volgende wieltje een stapje verder draaide.
Voordat de snelheidsmeters van auto's digitaal aanwezen, was het z.g. odometer, (afstandsmeter) gebaseerd op de Pascaline.

Pascaline rekenmachine Een paar jaar na Pascal, slaagde de Duitser Gottfried Wilhelm Leibnitz erin een vier-functie rekenmachine (optellen, aftrekken vermenigvuldigen en delen) te maken, genaamd getrapte rekenaar want i.p.v. wieltjes gebruikte hij trommels met tien groeven rondom, in een trapvormige opstelling. Hoewel dit apparaat het decimale stelsel gebruikte, was Leibnitz de eerste die het tweetallig systeem bepleitte, wat het fundament werd voor de werking van de moderne computers.

In 1801 vond de Fransman Joseph Marie Jacquard een weefgetouw uit, dat kon weven met een patroon, wat automatisch werd gelezen van geponsde houten kaarten. Afleidingen van de ponskaarten worden nog steeds gebruikt, herinner de verkeerde gaatjes tijdens de presidentsverkiezingen in Florida 2000!

Ponskaart van Jacquard (1801) In 1890 loofde het volkstellinginstituut van de VS een prijs uit voor een uitvinder die een methode kon bedenken om de langdurige volkstelling van zeven jaar zou kunnen bekorten. Deze prijs werd gewonnen door Herman Hollerith, die met succes het ponskaart systeem van Jaquard (1801 bekroond) gebruikte. Hollerith's uitvinding, bekend als Hollerith Lessenaar, bestond uit een kaartlezer die de gaten in de kaarten aftastte, een tandwielmechaniek dat kon tellen zoals het Pascal systeem en een grote wand met draaiende wijzers, die het resultaat aangaven. Konden de Jaquard's kaarten alleen lezen, zag Hollerith een manier om de ponskaarten te bewerken, zodat er een read/write mogelijkheid zou ontstaan.

Poskaarten lessenaar Konden de Jaquard's kaarten alleen lezen, zag Hollerith een manier om de ponskaarten te bewerken, zodat er een 'read/write' mogelijkheid zou ontstaan. Tijdens een treinreis merkte hij op, dat de conducteur niet zomaar gaatjes knipte in de kaartjes, maar volgens een speciaal patroon van gaatjes, die de lengte, gewicht, oogkleur, etc, van de eigenaar aanduidden. Dit werd gedaan om te voorkomen, dat iemand anders een verloren kaartje als de zijne zou claimen. Een treinkaartje verloor niet alle waarde, want hetzelfde kaartje werd gebruikt voor elke etappe van de reis. Hollerith realiseerde zich, hoe bruikbaar dat zou zijn om zijn nieuwe kaarten te ponsen (write), gebaseerd op een analyse (read) van een set andere kaarten. Ingewikkelde analyses te gecompliceerd voor een enkele doorgang van de kaarten, konden dan gedaan worden d.m.v meervoudige passages door de kaarten, met gebruik van de nieuw geponsde kaarten om de tussentijdse resultaten te onthouden. Het was Hollertih niet bekend, dat Babbage dit allang tevoren had voorgesteld. Hollerith's techniek was geslaagd, en de volkstelling van 1890 werd in slechts drie jaar (i.p.v zeven jaar) voltooid met een bezuiniging van vijf miljoen dollar. Hollerith richtte een bedrijf op, de Tabulating Machine Company, wat na enkele overnames uiteindelijk International Business Machines werd, bekend als IBM. IBM groeide snel en ponskaarten werden alom bekend. Je gasrekening kreeg je elke maand met een ponskaart, die je moest terugsturen met je betaling. Deze ponskaart vermeldde je naam, adres, gasverbruik, etc. (Ik veronderstel, dat er in die dagen ook wel 'hackers' waren, die rommelden met hun ponskaarten.) Een ander voorbeeld, als je een tolweg opreed, kreeg je een ponskaart, waarmee bij het verlaten van de tolweg de prijs werd vastgesteld. Bij verkiezingen kreeg men ook een ponskaart om je stem uit te brengen.

IBM ontwikkelde commerciele mechanische rekenmachines voor financiele berekeningen en inventariseringen. Het Amerikaanse ministerie van Defensie wilde een mechanische rekenmachine voor wetenschappelijke berekeningen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de VS slagschepen, die granaten met een gewicht van een kleine auto konden afvuren over een afstand van 40 km. Wiskundigen konden vergelijkingen maken hoe het traject van de granaat beinvloed zou kunnen worden door de luchtweerstand, wind, zwaartekracht, trompsnelheid etc. Maar zulke berekeningen waren buitengewoon bewerkelijk. Dit was het werk van menselijke computers. Hun resultaten werden vermeld in ballistische vuurtabellen in ballistiek handboeken. Tijdens WO II zocht het Defensie Ministerie naar (meestal vrouwelijke) wiskundigen om deze tabellen te berekenen. Maar er konden niet genoeg mensen gevonden worden om de vraag naar nieuwe tabellen bij te houden. Soms werden artillerie stukken naar het slagveld gestuurd zonder de benodigde vuurtabellen en dat betekende dat ze vrij nutteloos waren, omdat ze niet juist konden richten. Door deze situatie was het Ministerie bereid te investeren in het automatiseren van deze berekeningen. Een eerste succes was de Harvard Mark I computer, die gebouwd werd met deelgenootschap tussen Harvard en IBM in 1944. Dit was de eerste programmeerbare digitale computer gemaakt in de VS.

Mark1 rekenmachine Maar het was niet een zuiver elektronische computer. Mark I was samengesteld met schakelaars, relais, draaiende schijven en koppelingen. De machine woog 5 ton, bevatte 800 km draad, was 2.5 meter hoog, 15.5 meter lang, had een 15 meter lange as, aangedreven door een 5 pk elektromotor. De Mark I draaide 15 jaar non-stop, met het geluid van een kamervol breiende dames. Vier typemachines zorgden voor de uitdraai van de resultaten, op een papierstrook met de ponsgaten.

Een van de eerste programmeurs voor de Mark I was een vrouw, Grace Hopper. Hopper vond de eerste 'bug': een dode mot, die een een uitleesgaatje blokkeerde. Het woord bug als omschijving voor een defect bestond al sinds 1889, maar Hopper verzon het woord debugging voor het elimineren van programma fouten. Grace Hopper had een stormachtig leven. Zij kwam als een van de weinige vrouwen aan de top van de Naval Academy. Na haar werk met de Mark I begon zij aan de ontwikkeling van de eerste high level computertaal, Flow-matic, in 1953. Deze taal leidde later tot COBOL. (Deze taal had het meeste last van het beruchte Milennium probleem.) Ze bleef actief als Reserve Schout bij Nacht tot haar 79-ste jaar. (Nog een record.)

De Mark I werkte met getallen van 23 digits. Hij kon twee van die getallen optellen of aftrekken in drie-tiende seconde, vermenigvuldigen in vier seconde en delen in tien seconde. 45 jaar later konden computers optellen in een miljardste seconde.
Hoewel de Mark I driekwart miljoen componenten had, kon hij maar 72 getallen opslaan. Vandaag kunnen home-computers 30 miljoen getallen opslaan in een RAM en 10 miljard getallen op hun harde schijf. Een getal kan in een RAM gezet worden in minder dan duizendste van een seconde. Dit soort hoge snelheden waren natuurlijk onmogelijk voor een machine met een draaiende as.

IBM Stretch computer De uitvinding van de transitor bracht de grote ommekeer voor de ontwikkeling van de computer. De IBM Stretch computer van 1959 had 10 meter lengte nodig voor de 150.000 transistors die hij bevatte. Deze transistors waren uiteraard veel kleiner dan buizen, maar het waren nog afzonderlijke elementen, die elk een bepaalde schakeling nodig hadden. Rond het begin van de 80-er jaren konden veel transistors in een ge-integreerde schakeling worden opgenomen. Vandaag bevat de Pentium 4 microprocessor 42.000.000 transitors op een vierkante centimeter silicon.

Atansoff-Berry computer Een van de eerste pogingen om een geheel elektronische computer te bouwen, (d.w.z. geen wielen, nokken, riemen, assen, etc.) verscheen in 1937 door J.V. Atansoff, een natuur- en wiskundige profesor aan de Iowa Universiteit. In 1941 slaagde hij en zijn assistent student Cliffor Berry, erin een machine te bouwen, die 29 vergelijkingen met 29 onbekenden kon oplossen. Deze machine was de eerste die data kon opslaan als lading van een condensator, zoals tegenwoordig in hun DRAM. De uitvinders van deze machine gebruikten binaire rekenmethode, maar de machine kon niet geprogrammeerd worden, kon maar 1 soort wiskundig probleem tegelijk oplossen en werd niet verder uitgewerkt na WO II. Zijn uitvinders deden geen moeite de machine te bewaren en deze werd ontmanteld door de nieuwe bewoners van hun kamer....

Een andere candidaat als grootvader van de moderne computer was Colossus, gebouwd tijdens WO II in Engeland, met het doel de Duitse code-berichten te ontcijferen. In de oorlog had Engeland de leidende rol in het ontwerpen en ontwikkelen van elektronische machines om codes te kraken, en in staat de code van de Duitse radio-uitzendingen te ontcijferen. Maar Colossus was zeker geen algemeen bruikbare her-programmeerbare machine. De Colossus is nu weer herbouwd. ( Klik hier voor meer info)

De Harvard Mark I, de Atanasoff-Berry computer, en de Britse Colossus hebben belangrijke bijdragen gegeven. Amerikaanse en Britse computer pioniers waren het nog niet eens wie de eerste was, toen in 1965 het werk van de Duitser Konrad Zuse voor het eerst in het Engels werd gepubliceerd.

Zuse Z4 computer Zuse had een aantal computers gebouwd in Nazi-Duitsland. De eerste, Z1, werd gebouwd tussen 1936 en 1938 in de zitkamer van zijn ouderlijk huis. Zuse's derde machine, de Z3, gebouwd in 1941, was waarschijnlijk de eerste operationele, voor algemeen gebruik, programmeerbaar, d.w.z. door software gestuurde digitale computer. Zonder kennis van enige rekenmachine uitvinders, sinds Leibniz (1600), vond Zuse nogmaals Babbage's programma systeem uit en besloot om met tweetallig systeem te werken i.p.v. Babbage, die met decimalen werkte. De Z3 werd vernietigd tijdens een ge-allieerd bombardement. De Z1 en Z2 ondergingen hetzelfde lot en de Z4 overleefde het omdat Zuse hem in een wagen in de bergen had verstopt. Zuse's vaardigheden zijn bijna ongelooflijk, gezien de aard van het materiaal en gebrek aan mankracht in Duitsland in WO II. Zuse kon zelfs geen papier krijgen en maakte zijn eigen ponsgaten d.m.v. oude filmstroken. Omdat deze machines buiten Duitsland niet bekend waren, hadden ze geen invloed op de ontwikkeling in Amerika. Maar hun bouwstijl was indentiek: een rekenkundige eenheid voor de berekeningen, een geheugen om getallen op te slaan, een controlesysteem om de operaties in de gaten te houden, en in- en output voorzieningen voor contact met de buitenwereld.

Zuse vond ook de eerste 'high-level' computertaal uit, 'Plankalkul', hoewel dit buiten Duitsland niet bekend was.

De titel van voorvader van alle hedendaagse computers wordt gewoonlijk toegekend aan de ENIAC, wat staat voor 'Electronic Numeral Integrator and Calculator'.

ENIAC werd gebouwd in de Universiteit van Pennsylvania, tussen 1943 en 1945 door twee professors, John Mauchly en J.Presper Eckert. Zij kregen fondsen van het Ministerie van Oorlog, op voorwaarde dat zij een machine zouden maken die alle 'computers' zou vervangen, waarmee bedoeld werd de vrouwen, die de vuurtabellen berekenden voor de kanonnen van de artillerie. Op de dag dat Mauchly en Eckert het eerste kleine gedeelte van ENIAC klaar hadden, toonden ze het aan de personen die deze machine moesten bedienen, waarbij een van de dames later opmerkte: Ik was verbaasd dat er zo'n groot apparaat nodig is om 5 met 1000 te vermenigvuldigen.
ENIAC ENIAC vulde een kamer van 6 bij 12 meter, woog 30 ton en bevatte meer dan 18.000 elektronen buizen. Evenals de Mark I gebruikte ENIAC papier-kaart lezers, geleverd door IBM (dit was een vast product van IBM, omdat het ook gebruikt werd voor de boekhoudmachines). De ENIAC maakte weinig geluid, maar de 18.000 buizen gaven flink wat warmte af (174 Kw) en de computer kon alleen werken in ruimte met een sterk airconditioning systeem.

Om de ENIAC te herprogrammeren, moesten de aansluitingskabels en de 3000 schakelaars opnieuw gerangschikt worden. Om een moderne computer te programmeren, moet je b.v. typen: Omtrek is 3.14 x diameter. Om deze berekening op de ENIAC uit te voeren, moet je een heleboel kabels verwisselen en dan drie knoppen op het voorfront instellen.

Toen het leger accoord ging met de ENIAC werkten Mauchly en Eckert dag en nacht, zeven dagen per week, in de hoop de machine op tijd klaar te krijgen voor de bijdrage aan de oorlog. Er was hun een kleine staf van medewerkers toegevoegd, maar deze bestond uit jeugdige leden van de Universiteit van Pennsylvania, want de meer ervaren faculteit leden wisten, dat hun eigen voorgestelde machine nooit zou werken.

Een van de grootste problemen was, dat het ontwerp 18.000 buizen nodig had die al het werk tegelijk moesten doen. De buizen waren zo onbetrouwbaar, dat zelfs twintig jaar later veel buurtdrogisten buizentesters hadden, om de buizen van TV's te testen en ook de buizen van de ENIAC. TV's hadden maar 30 buizen, een elektronisch orgel 160, maar de gedachte, dat 18.000 tegelijk moesten werken was zo onwaarschijnlijk, dat de voornaamste buizen fabrikant, RCA, weigerde met dit project mee te werken, (maar ze leverden wel de buizen in het belang van de oorlogs-samenwerking). Door zeer zorgvuldige schakeling ontwerpen wist Eckert dit probleem sterk te reduceren. Hij testte zelfs de samenstelling van de diverse kabelsoorten uit op de eetbaarheid door hongerige laboratorium ratten. Zelfs met de 18.000 buizen kon ENIAC slechts 20 getallen onthouden. Hoewel, dankzij het ontbreken van bewegende delen, werkte hij veel sneller dan de Mark I: een vermenigvuldiging vergde 6 seconde op de Mark I, op de ENIAC 2.8 duizendste van een seconde. ENIAC's klokfrequentie was 100 kilo Hertz. Tegenwoordig gaan de kloksnelheden tot 1 Giga Herz.

Gebouwd met 500.000 dollars van het Amerikaanse leger, was ENIAC's eerste opdracht uit te rekenen of het mogelijk was, een waterstofbom te maken (de atoombom was tijdens de oorlog klaar en dus ouder dan de ENIAC). Het allereerste op te lossen probleem kostte slechts 20 seconde, en werd vergeleken met een mechanische computer die er 40 uur voor nodig had. Na een half miljoen ponskaarten in zes weken te hebben opgekauwd deed de ENIAC de mensheid geen pleizier, toen hij mede deelde, dat het mogelijk was de waterstofbom te maken. Dit eerste ENIAC programma is nog steeds staatsgeheim.


EDVAC Toen ENIAC klaar was en de kosten van de ontwikkeling waard bleken te zijn, wilde men af van het gehate ompluggen van de kabels voor de programmering van de computer. Eckert en Mauchly werkten vervolgens samen met de wiskundige John von Neumann, om de EDVAC te ontwerpen, welke de pionier werd voor het opslaan van programma's. Deze computer werkte met de opeenvolging van de rekenstappen.

ILLIAC" Na ENIAC en EDVAC kwamen andere computers met geestige namen als ILLIAC, JOHNNIAC, en, natuurlijk, MANIAC. ILLIAC werd gebouwd in de Universiteit van Illinois op Champaign-Urbana, wat waarschijnlijk de reden was, waarom de sience-fiction auteur Arthur C. Clarke in zijn beroemde boek 2001: A Space Odyssey de 'HAL' computer liet ontstaan. Verschuif de letters HAL een stapje en je krijgt IBM.

JOHNNIAC verwijst naar John von Neumann, die zonder twijfel een genie was. Op 6-jarige leeftijd kon hij grappen vertellen in klassiek Grieks. Hij kon boeken woord voor woord reciteren, die hij jaren ervoor gelezen had. Hij kon een gelezen pagina uit een telefoonboek achterste voren opzeggen. Neumann had slechts zes minuten nodig om een berekening uit het hoofd te maken, waar een andere professor uren voor nodig had met een rekenmachine. Von Neumann is waarschijnlijk het meest beroemd (berucht?) wegens zijn methode om een atoombom te laten exploderen.

Toen computer programma's elektronisch veranderingen konden aanbrengen ging even dat snel als de computer kon rekenen. In feite konden computer programma's, terwijl zij draaiden, zichzelf veranderen. Dit introduceerde een wijze waarbij het fout kan gaan: een verkeerd teken in het programma zou zichzelf kunnen schaden. Dat is een van de bronnen van de general protection fault, bekend in MS-DOS en het blue screen of death, bekend in Windows. Een van de meest vermeldenswaardige eigenschappen van de hedendaagse computers is het vermogen tot herprogrammeren en zo bijdragen aan een grote varieteit van toepassingen zoals speciale effecten voor films, muziekcompressie voor meer muziektijd in een beperkt geheugen van een MP3 speler, het controleren van de remschijven bij het ABS-systeem, het analyseren van de schrijfstijl in het werk van Shakespeare om te zien of hij werkelijk verantwoordelijk was voor al zijn werk.

Tegen het eind van de 50-er jaren werden de computers niet meer gebouwd door universiteiten of overheids onderzoekslaboratoria. Eckert en Mauchly verlieten de universiteit van Pennsylvania wegens een verschil van mening over wie de eigenaar was van de patenten van hun uitvindingen. Zij besloten een eigen bedrijf op te zetten. Hun eerste product was de beroemde UNIVAC, de eerste commerciele (d.w.z. massaal geproduceerd) computer. In de 50-er jaren was UNIVAC (Universal Automatic Computer) het gewone woord voor computer, zoals 'Kleenex' voor 'tissue'. De eerste UNIVAC werd, zeer toepasselijk, aan het bureau voor volkstelling verkocht. UNIVAC was de eerste computer die gebruik maakte van magneetbanden.

ENIAC was zonder twijfel het begin van de Amerikaanse commerciele computer industrie, maar de uitvinders, Mauchly en Eckert hebben geen fortuin met hun werk kunnen maken, hun bedrijf kwam in financiele problemen en werd verkocht. In 1955 verkocht IBM meer computers dan UNIVAC, en rond 1960 werd de groep van acht computerbedrijven bekend als 'IBM en de zeven dwergen'.

IBM werd zo dominant, dat de regering in 1969 een anti-trust vervolging tegen hen instelde. Het was de eigen keuze van IBM om een onbekend, maar aggressief bedrijf, genaamd Microsoft in te huren voor de voorziening van software voor hun 'Personal Computer' (PC). Dit luceratieve contract stelde Microsoft in staat zo dominant te worden, dat rond 2000 hun marktwaarde tweemaal zo groot was als van IBM en ze werden door het Federale Hof veroordeeld wegens illegale monopolie.

In de 70-er jaren waren er zogenaamde 'mainframe computers' zoals de IBM 7090, IBM 360 of IBM 370. Er waren twee manieren om met een mainframe te werken. De eerste was 'time-sharing' (tijd-deling), want de computer gaf elke gebruiker een heel klein stukje tijd in een rondgaand proces. Wel honderd gebruikers konden tegelijk inloggen, elk op een telexmachine.

TeletypeASR33.jpg Een telexmachine was een gemotoriseerde schrijfmachine, die door middel van een ponsband gegevens naar de mainframe stuurde en het antwoord op een papierrol uitprintte. Papier heeft een lange geschiedenis. Het werd het eerst gebruikt om informatie op te slaan door Sir Charles Wheatstone, die het gebruikte om de Morse signalen te bewaren die via de pas uitgevonden telegraaf werden ontvangen.

Een andere manier van 'time-sharing' was 'batch-mode-processing' waarbij de computers hun volle aandacht geven aan een lopend programma. Daartoe moest men voor een nieuw programma 'off-line' op een ponsband dit voorbereiden, wat d.m.v ponskaarten plaats vond. Elke kaart kon 1 'statement' bevatten, en om het programma in het mainframe in te voeren, moest het pak met kaarten in de houder van de kaartlezer geplaatst worden. Als het programma liep, moesten steeds nieuwe kaarten ingevoerd worden. Na de maaltijd, of een dutje, hoopte men een succesvolle uitdraai met de resulaten te zien. In de batch mode kon niet interactief gewerkt worden.

De analoge computer kon zich in de 50-er jaren sterk ontwikkelen. De ervaringen uit de tweede wereldoorlog en daarna, met de besturing van vuurleidingen had een solide wiskundige ondergrond opgeleverd. De transistor maakt het geheel meer betrouwbaar en vooral hanteerbaar. Zo bracht Heathkit reeds een 'Do-it yourself' kit voor een analoge computer uit.

Maar de dingen veranderden snel. Digital Equipment bracht zijn zeer succesvolle PDP-serie MINICOMPUTERS uit. Deze handzame computers werden op grote schaal toegepast in universiteiten en industriele procesbesturingen. Rond 1990 wilde een universiteit student zijn eigen computer en het eigen gebruik in zijn slaapkamer. Deze verandering was het resultaat van de uitvinding van de microprocessor.

Een microprocessor (uP) is een computer, gemaakt in een ge-integreerde schakeling (IC). Deze werd ontwikkeld door INTEL in 1971. Micro in de naam microprocessors duidt op de fysieke omvang ervan. Intel vond de electronische computer niet uit, maar zij waren de eerste, die er in slaagden een hele computer in een enkele chip te stoppen. Intel was in 1968 begonnen met de productie van halfgeleider geheugens (Intel vond de DRAM en de EPROM uit). Zo kwam de Intel 4004, de eerste microprocessor (uP). De 4004 bestond uit 2300 transistors en een klok van 108 kHz. Vergelijk dit maar eens met 42 miljoen transistors en de 2 GHz klok in een Pentium 4. Een van Intel's 4004 chips werkt nog steeds aan boord van de Pioneer 10, een ruimtevaartuig dat het verst van de aarde is verwijderd.

Op de Intel 4004 volgde de 8008 en 8080. De prijs van Intel 8080 was 360 dollar als een honend gebaar naar IBM's beroemde main- frame 360, die miljoenen dollars kostte. De 8080 werd gebruikt in de MITS Altair computer, welke 's werelds eerste Personal Computer (PC) werd. Inderdaad persoonlijk, want je moest hem zelf in elkaar zetten met onderdelen pakketten die per post werden bezorgd. Er was hierbij geen behuizing, die moest je zelf bouwen. Apple

Naast Intel wierpen anderen zich op de microcomputer markt, waaronder Steve Wozniak (Apple), Jack Tramiel (Commodore). Zij gebruikten daarbij de 6502 processor. De derde speler was Tandy die via zijn winkelketen Radio Shack de succesvolle, op de Z80 gebaseerde, TRS-80 microcomputer uitbracht. Behalve voor hobby doeleinden bleken deze computers ook voor zakelijke toepassingen ingezet te kunnen worden.

CBM 64 Door het enorme succes van die microcomputers moest IBM zijn roer gaan omgooien en introduceerde overhaast de IBM-PC's. Zij besloot echter om de Intel micro processors te gebruiken als standaard voor hun PC-lijn in 1981. De Intel Pentium 4 in de huidige PC's is nog steeds compatible met de 8088 in de eerste IBM PC's.

Een eerstejaars student genaamd Bill Gates zei zijn studie vaarwel en legde zich geheel toe op het schrijven van programma's voor zijn computer. Deze vroege ervaring zette Bill Gates op de juiste plaats en juiste tijd toen IBM op korte termijn een operatingsysteem nodig had.
IBM-PC

Dank zij veel geld en een uitgekiende marketing strategie werd zo het PC-DOS en later MS-DOS doorgedrukt en kreeg Windows zijn huidige leidende marktpositie.

Hiermee besluiten we de geschiedenis van de computer. Het verder verloop zal hopelijk iedereen wel bekend zijn.

Referent

Meer informatie:

  • De geschiedenis van de computer

    Computerroom
    De eerste computers waren mensen! Dat wil zeggen, elektronische (en de vroegere mechanische) computers kregen deze naam omdat ze het werk deden dat eerst door mensen werd opgedragen. Computer was oorspronkelijk een beroeps aanduiding, gebruikt om te omschrijven wat ze deden, namelijk herhaaldelijke berekeningen maken, zoals scheepsnavigatie tabellen, getijdenkaarten, planetaire posities voor astronomische almanaks.

    Stelt u eens voor dat u dag in dag uit, uur na uur, niets anders deed, dan steeds maar rekenen. Verveling zou spoedig toeslaan en leiden tot slordigheid en fouten. En zelfs op uw beste dagen zullen uw antwoorden niet veel sneller worden. Daarom hebben uitvinders al vele honderden jaren gezocht naar een manier van mechanisatie, d.w.z een mechanisme dat deze taak zou kunnen vervullen.

    Abacus De ABACUS was een vroege hulp voor wiskundige berekeningen. Zijn enige waarde is, dat hij het geheugen van de mens helpt bij zijn berekeningen. Een bedreven abacus-gebruiker kan optel- en aftrek processen even snel doen als iemand met een zakjapanner. De abacus komt niet oorspronkelijk uit China, want de oudst bekende abacus werd 300 v.C gebruikt door de Babyloniers. De abacus is in het verre Oosten nog steeds in gebruik. Een moderne abacus bestaat uit ringen die over staven schuiven, maar de oudere abacus had gootjes, waarin kiezelstenen konden worden verschoven.

    Het woord calculus is het Latijnse woord voor kiezelsteen.

    Napier Bones Logarithmetafel In 1617 vond een excentrieke, Schot, (sommigen noemden hem gek) genaamd John Napier LOGARITHMES uit, een technologie waarmee vermenigvuldigen gedaan kan worden via optellen. Het magische bestanddeel is de logarithme van elke operand, die verkregen werd uit een gedrukte tabel. Maar Napier bedacht ook een systeem met verschuifbare ivoren staafjes waar de logarithmische waarden in waren gekerfd.


    Napier's uitvinding leidde tot de rekenliniaal, voor het eerst gemaakt in 1632 in Engeland en nog in gebruik in de 60-er jaren door de NASA ingenieurs van de Mercury, Gemini en Apollo projecten, met de landing op de maan.

    Rekenlineaal


    Het meest gebruikte type rekenlineaal


    Rekenlineaal Japan


    Een speciale Japanse rekenlineaal

    Leonardo da Vince (1452-1519) maakte tekeningen van machientjes met gekoppelde schuiven, maar maakte er waarschijnlijk geen. De eerste schuif-rekenende machine was waarschijnlijk het door de Duitse professor Wilhelm Schickard in 1623 gemaakt apparaat. Helaas door zijn dood tijdens de builenpest kwam het niet in de publiciteit.

    In 1642 vond Blaise Pascal, op negentienjarige leeftijd, de PASCALINE uit, als hulp voor zijn vader, die ontvanger der belastingen was. Pascal bouwde 50 van deze schuifrekenmachines, die echter alleen maar konden optellen d.m.v wieltjes, die na elke omwenteling een volgende wieltje een stapje verder draaide.
    Voordat de snelheidsmeters van auto's digitaal aanwezen, was het z.g. odometer, (afstandsmeter) gebaseerd op de Pascaline.

    Pascaline rekenmachine Een paar jaar na Pascal, slaagde de Duitser Gottfried Wilhelm Leibnitz erin een vier-functie rekenmachine (optellen, aftrekken vermenigvuldigen en delen) te maken, genaamd getrapte rekenaar want i.p.v. wieltjes gebruikte hij trommels met tien groeven rondom, in een trapvormige opstelling. Hoewel dit apparaat het decimale stelsel gebruikte, was Leibnitz de eerste die het tweetallig systeem bepleitte, wat het fundament werd voor de werking van de moderne computers.

    In 1801 vond de Fransman Joseph Marie Jacquard een weefgetouw uit, dat kon weven met een patroon, wat automatisch werd gelezen van geponsde houten kaarten. Afleidingen van de ponskaarten worden nog steeds gebruikt, herinner de verkeerde gaatjes tijdens de presidentsverkiezingen in Florida 2000!

    Ponskaart van Jacquard (1801) In 1890 loofde het volkstellinginstituut van de VS een prijs uit voor een uitvinder die een methode kon bedenken om de langdurige volkstelling van zeven jaar zou kunnen bekorten. Deze prijs werd gewonnen door Herman Hollerith, die met succes het ponskaart systeem van Jaquard (1801 bekroond) gebruikte. Hollerith's uitvinding, bekend als Hollerith Lessenaar, bestond uit een kaartlezer die de gaten in de kaarten aftastte, een tandwielmechaniek dat kon tellen zoals het Pascal systeem en een grote wand met draaiende wijzers, die het resultaat aangaven. Konden de Jaquard's kaarten alleen lezen, zag Hollerith een manier om de ponskaarten te bewerken, zodat er een read/write mogelijkheid zou ontstaan.

    Poskaarten lessenaar Konden de Jaquard's kaarten alleen lezen, zag Hollerith een manier om de ponskaarten te bewerken, zodat er een 'read/write' mogelijkheid zou ontstaan. Tijdens een treinreis merkte hij op, dat de conducteur niet zomaar gaatjes knipte in de kaartjes, maar volgens een speciaal patroon van gaatjes, die de lengte, gewicht, oogkleur, etc, van de eigenaar aanduidden. Dit werd gedaan om te voorkomen, dat iemand anders een verloren kaartje als de zijne zou claimen. Een treinkaartje verloor niet alle waarde, want hetzelfde kaartje werd gebruikt voor elke etappe van de reis. Hollerith realiseerde zich, hoe bruikbaar dat zou zijn om zijn nieuwe kaarten te ponsen (write), gebaseerd op een analyse (read) van een set andere kaarten. Ingewikkelde analyses te gecompliceerd voor een enkele doorgang van de kaarten, konden dan gedaan worden d.m.v meervoudige passages door de kaarten, met gebruik van de nieuw geponsde kaarten om de tussentijdse resultaten te onthouden. Het was Hollertih niet bekend, dat Babbage dit allang tevoren had voorgesteld. Hollerith's techniek was geslaagd, en de volkstelling van 1890 werd in slechts drie jaar (i.p.v zeven jaar) voltooid met een bezuiniging van vijf miljoen dollar. Hollerith richtte een bedrijf op, de Tabulating Machine Company, wat na enkele overnames uiteindelijk International Business Machines werd, bekend als IBM. IBM groeide snel en ponskaarten werden alom bekend. Je gasrekening kreeg je elke maand met een ponskaart, die je moest terugsturen met je betaling. Deze ponskaart vermeldde je naam, adres, gasverbruik, etc. (Ik veronderstel, dat er in die dagen ook wel 'hackers' waren, die rommelden met hun ponskaarten.) Een ander voorbeeld, als je een tolweg opreed, kreeg je een ponskaart, waarmee bij het verlaten van de tolweg de prijs werd vastgesteld. Bij verkiezingen kreeg men ook een ponskaart om je stem uit te brengen.

    IBM ontwikkelde commerciele mechanische rekenmachines voor financiele berekeningen en inventariseringen. Het Amerikaanse ministerie van Defensie wilde een mechanische rekenmachine voor wetenschappelijke berekeningen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de VS slagschepen, die granaten met een gewicht van een kleine auto konden afvuren over een afstand van 40 km. Wiskundigen konden vergelijkingen maken hoe het traject van de granaat beinvloed zou kunnen worden door de luchtweerstand, wind, zwaartekracht, trompsnelheid etc. Maar zulke berekeningen waren buitengewoon bewerkelijk. Dit was het werk van menselijke computers. Hun resultaten werden vermeld in ballistische vuurtabellen in ballistiek handboeken. Tijdens WO II zocht het Defensie Ministerie naar (meestal vrouwelijke) wiskundigen om deze tabellen te berekenen. Maar er konden niet genoeg mensen gevonden worden om de vraag naar nieuwe tabellen bij te houden. Soms werden artillerie stukken naar het slagveld gestuurd zonder de benodigde vuurtabellen en dat betekende dat ze vrij nutteloos waren, omdat ze niet juist konden richten. Door deze situatie was het Ministerie bereid te investeren in het automatiseren van deze berekeningen. Een eerste succes was de Harvard Mark I computer, die gebouwd werd met deelgenootschap tussen Harvard en IBM in 1944. Dit was de eerste programmeerbare digitale computer gemaakt in de VS.

    Mark1 rekenmachine Maar het was niet een zuiver elektronische computer. Mark I was samengesteld met schakelaars, relais, draaiende schijven en koppelingen. De machine woog 5 ton, bevatte 800 km draad, was 2.5 meter hoog, 15.5 meter lang, had een 15 meter lange as, aangedreven door een 5 pk elektromotor. De Mark I draaide 15 jaar non-stop, met het geluid van een kamervol breiende dames. Vier typemachines zorgden voor de uitdraai van de resultaten, op een papierstrook met de ponsgaten.

    Een van de eerste programmeurs voor de Mark I was een vrouw, Grace Hopper. Hopper vond de eerste 'bug': een dode mot, die een een uitleesgaatje blokkeerde. Het woord bug als omschijving voor een defect bestond al sinds 1889, maar Hopper verzon het woord debugging voor het elimineren van programma fouten. Grace Hopper had een stormachtig leven. Zij kwam als een van de weinige vrouwen aan de top van de Naval Academy. Na haar werk met de Mark I begon zij aan de ontwikkeling van de eerste high level computertaal, Flow-matic, in 1953. Deze taal leidde later tot COBOL. (Deze taal had het meeste last van het beruchte Milennium probleem.) Ze bleef actief als Reserve Schout bij Nacht tot haar 79-ste jaar. (Nog een record.)

    De Mark I werkte met getallen van 23 digits. Hij kon twee van die getallen optellen of aftrekken in drie-tiende seconde, vermenigvuldigen in vier seconde en delen in tien seconde. 45 jaar later konden computers optellen in een miljardste seconde.
    Hoewel de Mark I driekwart miljoen componenten had, kon hij maar 72 getallen opslaan. Vandaag kunnen home-computers 30 miljoen getallen opslaan in een RAM en 10 miljard getallen op hun harde schijf. Een getal kan in een RAM gezet worden in minder dan duizendste van een seconde. Dit soort hoge snelheden waren natuurlijk onmogelijk voor een machine met een draaiende as.

    IBM Stretch computer De uitvinding van de transitor bracht de grote ommekeer voor de ontwikkeling van de computer. De IBM Stretch computer van 1959 had 10 meter lengte nodig voor de 150.000 transistors die hij bevatte. Deze transistors waren uiteraard veel kleiner dan buizen, maar het waren nog afzonderlijke elementen, die elk een bepaalde schakeling nodig hadden. Rond het begin van de 80-er jaren konden veel transistors in een ge-integreerde schakeling worden opgenomen. Vandaag bevat de Pentium 4 microprocessor 42.000.000 transitors op een vierkante centimeter silicon.

    Atansoff-Berry computer Een van de eerste pogingen om een geheel elektronische computer te bouwen, (d.w.z. geen wielen, nokken, riemen, assen, etc.) verscheen in 1937 door J.V. Atansoff, een natuur- en wiskundige profesor aan de Iowa Universiteit. In 1941 slaagde hij en zijn assistent student Cliffor Berry, erin een machine te bouwen, die 29 vergelijkingen met 29 onbekenden kon oplossen. Deze machine was de eerste die data kon opslaan als lading van een condensator, zoals tegenwoordig in hun DRAM. De uitvinders van deze machine gebruikten binaire rekenmethode, maar de machine kon niet geprogrammeerd worden, kon maar 1 soort wiskundig probleem tegelijk oplossen en werd niet verder uitgewerkt na WO II. Zijn uitvinders deden geen moeite de machine te bewaren en deze werd ontmanteld door de nieuwe bewoners van hun kamer....

    Een andere candidaat als grootvader van de moderne computer was Colossus, gebouwd tijdens WO II in Engeland, met het doel de Duitse code-berichten te ontcijferen. In de oorlog had Engeland de leidende rol in het ontwerpen en ontwikkelen van elektronische machines om codes te kraken, en in staat de code van de Duitse radio-uitzendingen te ontcijferen. Maar Colossus was zeker geen algemeen bruikbare her-programmeerbare machine. De Colossus is nu weer herbouwd. ( Klik hier voor meer info)

    De Harvard Mark I, de Atanasoff-Berry computer, en de Britse Colossus hebben belangrijke bijdragen gegeven. Amerikaanse en Britse computer pioniers waren het nog niet eens wie de eerste was, toen in 1965 het werk van de Duitser Konrad Zuse voor het eerst in het Engels werd gepubliceerd.

    Zuse Z4 computer Zuse had een aantal computers gebouwd in Nazi-Duitsland. De eerste, Z1, werd gebouwd tussen 1936 en 1938 in de zitkamer van zijn ouderlijk huis. Zuse's derde machine, de Z3, gebouwd in 1941, was waarschijnlijk de eerste operationele, voor algemeen gebruik, programmeerbaar, d.w.z. door software gestuurde digitale computer. Zonder kennis van enige rekenmachine uitvinders, sinds Leibniz (1600), vond Zuse nogmaals Babbage's programma systeem uit en besloot om met tweetallig systeem te werken i.p.v. Babbage, die met decimalen werkte. De Z3 werd vernietigd tijdens een ge-allieerd bombardement. De Z1 en Z2 ondergingen hetzelfde lot en de Z4 overleefde het omdat Zuse hem in een wagen in de bergen had verstopt. Zuse's vaardigheden zijn bijna ongelooflijk, gezien de aard van het materiaal en gebrek aan mankracht in Duitsland in WO II. Zuse kon zelfs geen papier krijgen en maakte zijn eigen ponsgaten d.m.v. oude filmstroken. Omdat deze machines buiten Duitsland niet bekend waren, hadden ze geen invloed op de ontwikkeling in Amerika. Maar hun bouwstijl was indentiek: een rekenkundige eenheid voor de berekeningen, een geheugen om getallen op te slaan, een controlesysteem om de operaties in de gaten te houden, en in- en output voorzieningen voor contact met de buitenwereld.

    Zuse vond ook de eerste 'high-level' computertaal uit, 'Plankalkul', hoewel dit buiten Duitsland niet bekend was.

    De titel van voorvader van alle hedendaagse computers wordt gewoonlijk toegekend aan de ENIAC, wat staat voor 'Electronic Numeral Integrator and Calculator'.

    ENIAC werd gebouwd in de Universiteit van Pennsylvania, tussen 1943 en 1945 door twee professors, John Mauchly en J.Presper Eckert. Zij kregen fondsen van het Ministerie van Oorlog, op voorwaarde dat zij een machine zouden maken die alle 'computers' zou vervangen, waarmee bedoeld werd de vrouwen, die de vuurtabellen berekenden voor de kanonnen van de artillerie. Op de dag dat Mauchly en Eckert het eerste kleine gedeelte van ENIAC klaar hadden, toonden ze het aan de personen die deze machine moesten bedienen, waarbij een van de dames later opmerkte: Ik was verbaasd dat er zo'n groot apparaat nodig is om 5 met 1000 te vermenigvuldigen.
    ENIAC ENIAC vulde een kamer van 6 bij 12 meter, woog 30 ton en bevatte meer dan 18.000 elektronen buizen. Evenals de Mark I gebruikte ENIAC papier-kaart lezers, geleverd door IBM (dit was een vast product van IBM, omdat het ook gebruikt werd voor de boekhoudmachines). De ENIAC maakte weinig geluid, maar de 18.000 buizen gaven flink wat warmte af (174 Kw) en de computer kon alleen werken in ruimte met een sterk airconditioning systeem.

    Om de ENIAC te herprogrammeren, moesten de aansluitingskabels en de 3000 schakelaars opnieuw gerangschikt worden. Om een moderne computer te programmeren, moet je b.v. typen: Omtrek is 3.14 x diameter. Om deze berekening op de ENIAC uit te voeren, moet je een heleboel kabels verwisselen en dan drie knoppen op het voorfront instellen.

    Toen het leger accoord ging met de ENIAC werkten Mauchly en Eckert dag en nacht, zeven dagen per week, in de hoop de machine op tijd klaar te krijgen voor de bijdrage aan de oorlog. Er was hun een kleine staf van medewerkers toegevoegd, maar deze bestond uit jeugdige leden van de Universiteit van Pennsylvania, want de meer ervaren faculteit leden wisten, dat hun eigen voorgestelde machine nooit zou werken.

    Een van de grootste problemen was, dat het ontwerp 18.000 buizen nodig had die al het werk tegelijk moesten doen. De buizen waren zo onbetrouwbaar, dat zelfs twintig jaar later veel buurtdrogisten buizentesters hadden, om de buizen van TV's te testen en ook de buizen van de ENIAC. TV's hadden maar 30 buizen, een elektronisch orgel 160, maar de gedachte, dat 18.000 tegelijk moesten werken was zo onwaarschijnlijk, dat de voornaamste buizen fabrikant, RCA, weigerde met dit project mee te werken, (maar ze leverden wel de buizen in het belang van de oorlogs-samenwerking). Door zeer zorgvuldige schakeling ontwerpen wist Eckert dit probleem sterk te reduceren. Hij testte zelfs de samenstelling van de diverse kabelsoorten uit op de eetbaarheid door hongerige laboratorium ratten. Zelfs met de 18.000 buizen kon ENIAC slechts 20 getallen onthouden. Hoewel, dankzij het ontbreken van bewegende delen, werkte hij veel sneller dan de Mark I: een vermenigvuldiging vergde 6 seconde op de Mark I, op de ENIAC 2.8 duizendste van een seconde. ENIAC's klokfrequentie was 100 kilo Hertz. Tegenwoordig gaan de kloksnelheden tot 1 Giga Herz.

    Gebouwd met 500.000 dollars van het Amerikaanse leger, was ENIAC's eerste opdracht uit te rekenen of het mogelijk was, een waterstofbom te maken (de atoombom was tijdens de oorlog klaar en dus ouder dan de ENIAC). Het allereerste op te lossen probleem kostte slechts 20 seconde, en werd vergeleken met een mechanische computer die er 40 uur voor nodig had. Na een half miljoen ponskaarten in zes weken te hebben opgekauwd deed de ENIAC de mensheid geen pleizier, toen hij mede deelde, dat het mogelijk was de waterstofbom te maken. Dit eerste ENIAC programma is nog steeds staatsgeheim.


    EDVAC Toen ENIAC klaar was en de kosten van de ontwikkeling waard bleken te zijn, wilde men af van het gehate ompluggen van de kabels voor de programmering van de computer. Eckert en Mauchly werkten vervolgens samen met de wiskundige John von Neumann, om de EDVAC te ontwerpen, welke de pionier werd voor het opslaan van programma's. Deze computer werkte met de opeenvolging van de rekenstappen.

    ILLIAC" Na ENIAC en EDVAC kwamen andere computers met geestige namen als ILLIAC, JOHNNIAC, en, natuurlijk, MANIAC. ILLIAC werd gebouwd in de Universiteit van Illinois op Champaign-Urbana, wat waarschijnlijk de reden was, waarom de sience-fiction auteur Arthur C. Clarke in zijn beroemde boek 2001: A Space Odyssey de 'HAL' computer liet ontstaan. Verschuif de letters HAL een stapje en je krijgt IBM.

    JOHNNIAC verwijst naar John von Neumann, die zonder twijfel een genie was. Op 6-jarige leeftijd kon hij grappen vertellen in klassiek Grieks. Hij kon boeken woord voor woord reciteren, die hij jaren ervoor gelezen had. Hij kon een gelezen pagina uit een telefoonboek achterste voren opzeggen. Neumann had slechts zes minuten nodig om een berekening uit het hoofd te maken, waar een andere professor uren voor nodig had met een rekenmachine. Von Neumann is waarschijnlijk het meest beroemd (berucht?) wegens zijn methode om een atoombom te laten exploderen.

    Toen computer programma's elektronisch veranderingen konden aanbrengen ging even dat snel als de computer kon rekenen. In feite konden computer programma's, terwijl zij draaiden, zichzelf veranderen. Dit introduceerde een wijze waarbij het fout kan gaan: een verkeerd teken in het programma zou zichzelf kunnen schaden. Dat is een van de bronnen van de general protection fault, bekend in MS-DOS en het blue screen of death, bekend in Windows. Een van de meest vermeldenswaardige eigenschappen van de hedendaagse computers is het vermogen tot herprogrammeren en zo bijdragen aan een grote varieteit van toepassingen zoals speciale effecten voor films, muziekcompressie voor meer muziektijd in een beperkt geheugen van een MP3 speler, het controleren van de remschijven bij het ABS-systeem, het analyseren van de schrijfstijl in het werk van Shakespeare om te zien of hij werkelijk verantwoordelijk was voor al zijn werk.

    Tegen het eind van de 50-er jaren werden de computers niet meer gebouwd door universiteiten of overheids onderzoekslaboratoria. Eckert en Mauchly verlieten de universiteit van Pennsylvania wegens een verschil van mening over wie de eigenaar was van de patenten van hun uitvindingen. Zij besloten een eigen bedrijf op te zetten. Hun eerste product was de beroemde UNIVAC, de eerste commerciele (d.w.z. massaal geproduceerd) computer. In de 50-er jaren was UNIVAC (Universal Automatic Computer) het gewone woord voor computer, zoals 'Kleenex' voor 'tissue'. De eerste UNIVAC werd, zeer toepasselijk, aan het bureau voor volkstelling verkocht. UNIVAC was de eerste computer die gebruik maakte van magneetbanden.

    ENIAC was zonder twijfel het begin van de Amerikaanse commerciele computer industrie, maar de uitvinders, Mauchly en Eckert hebben geen fortuin met hun werk kunnen maken, hun bedrijf kwam in financiele problemen en werd verkocht. In 1955 verkocht IBM meer computers dan UNIVAC, en rond 1960 werd de groep van acht computerbedrijven bekend als 'IBM en de zeven dwergen'.

    IBM werd zo dominant, dat de regering in 1969 een anti-trust vervolging tegen hen instelde. Het was de eigen keuze van IBM om een onbekend, maar aggressief bedrijf, genaamd Microsoft in te huren voor de voorziening van software voor hun 'Personal Computer' (PC). Dit luceratieve contract stelde Microsoft in staat zo dominant te worden, dat rond 2000 hun marktwaarde tweemaal zo groot was als van IBM en ze werden door het Federale Hof veroordeeld wegens illegale monopolie.

    In de 70-er jaren waren er zogenaamde 'mainframe computers' zoals de IBM 7090, IBM 360 of IBM 370. Er waren twee manieren om met een mainframe te werken. De eerste was 'time-sharing' (tijd-deling), want de computer gaf elke gebruiker een heel klein stukje tijd in een rondgaand proces. Wel honderd gebruikers konden tegelijk inloggen, elk op een telexmachine.

    TeletypeASR33.jpg Een telexmachine was een gemotoriseerde schrijfmachine, die door middel van een ponsband gegevens naar de mainframe stuurde en het antwoord op een papierrol uitprintte. Papier heeft een lange geschiedenis. Het werd het eerst gebruikt om informatie op te slaan door Sir Charles Wheatstone, die het gebruikte om de Morse signalen te bewaren die via de pas uitgevonden telegraaf werden ontvangen.

    Een andere manier van 'time-sharing' was 'batch-mode-processing' waarbij de computers hun volle aandacht geven aan een lopend programma. Daartoe moest men voor een nieuw programma 'off-line' op een ponsband dit voorbereiden, wat d.m.v ponskaarten plaats vond. Elke kaart kon 1 'statement' bevatten, en om het programma in het mainframe in te voeren, moest het pak met kaarten in de houder van de kaartlezer geplaatst worden. Als het programma liep, moesten steeds nieuwe kaarten ingevoerd worden. Na de maaltijd, of een dutje, hoopte men een succesvolle uitdraai met de resulaten te zien. In de batch mode kon niet interactief gewerkt worden.

    De analoge computer kon zich in de 50-er jaren sterk ontwikkelen. De ervaringen uit de tweede wereldoorlog en daarna, met de besturing van vuurleidingen had een solide wiskundige ondergrond opgeleverd. De transistor maakt het geheel meer betrouwbaar en vooral hanteerbaar. Zo bracht Heathkit reeds een 'Do-it yourself' kit voor een analoge computer uit.

    Maar de dingen veranderden snel. Digital Equipment bracht zijn zeer succesvolle PDP-serie MINICOMPUTERS uit. Deze handzame computers werden op grote schaal toegepast in universiteiten en industriele procesbesturingen. Rond 1990 wilde een universiteit student zijn eigen computer en het eigen gebruik in zijn slaapkamer. Deze verandering was het resultaat van de uitvinding van de microprocessor.

    Een microprocessor (uP) is een computer, gemaakt in een ge-integreerde schakeling (IC). Deze werd ontwikkeld door INTEL in 1971. Micro in de naam microprocessors duidt op de fysieke omvang ervan. Intel vond de electronische computer niet uit, maar zij waren de eerste, die er in slaagden een hele computer in een enkele chip te stoppen. Intel was in 1968 begonnen met de productie van halfgeleider geheugens (Intel vond de DRAM en de EPROM uit). Zo kwam de Intel 4004, de eerste microprocessor (uP). De 4004 bestond uit 2300 transistors en een klok van 108 kHz. Vergelijk dit maar eens met 42 miljoen transistors en de 2 GHz klok in een Pentium 4. Een van Intel's 4004 chips werkt nog steeds aan boord van de Pioneer 10, een ruimtevaartuig dat het verst van de aarde is verwijderd.

    Op de Intel 4004 volgde de 8008 en 8080. De prijs van Intel 8080 was 360 dollar als een honend gebaar naar IBM's beroemde main- frame 360, die miljoenen dollars kostte. De 8080 werd gebruikt in de MITS Altair computer, welke 's werelds eerste Personal Computer (PC) werd. Inderdaad persoonlijk, want je moest hem zelf in elkaar zetten met onderdelen pakketten die per post werden bezorgd. Er was hierbij geen behuizing, die moest je zelf bouwen. Apple

    Naast Intel wierpen anderen zich op de microcomputer markt, waaronder Steve Wozniak (Apple), Jack Tramiel (Commodore). Zij gebruikten daarbij de 6502 processor. De derde speler was Tandy die via zijn winkelketen Radio Shack de succesvolle, op de Z80 gebaseerde, TRS-80 microcomputer uitbracht. Behalve voor hobby doeleinden bleken deze computers ook voor zakelijke toepassingen ingezet te kunnen worden.

    CBM 64 Door het enorme succes van die microcomputers moest IBM zijn roer gaan omgooien en introduceerde overhaast de IBM-PC's. Zij besloot echter om de Intel micro processors te gebruiken als standaard voor hun PC-lijn in 1981. De Intel Pentium 4 in de huidige PC's is nog steeds compatible met de 8088 in de eerste IBM PC's.

    Een eerstejaars student genaamd Bill Gates zei zijn studie vaarwel en legde zich geheel toe op het schrijven van programma's voor zijn computer. Deze vroege ervaring zette Bill Gates op de juiste plaats en juiste tijd toen IBM op korte termijn een operatingsysteem nodig had.
    IBM-PC

    Dank zij veel geld en een uitgekiende marketing strategie werd zo het PC-DOS en later MS-DOS doorgedrukt en kreeg Windows zijn huidige leidende marktpositie.

    Hiermee besluiten we de geschiedenis van de computer. Het verder verloop zal hopelijk iedereen wel bekend zijn.

. .