navbar.frm 20180310
ATTENTIE. . VAKANTIE ONDERHOUD . . Bijeenkomst op 20 september 2018 . . Elke zondag 145.475 MHz . . 10:30 RTTY bulletin . . 11:00 uur Woerdense Ronde .
W

Meer zonnevlekken?

Samenvatting

Een door mij vaak geraadpleegde site is de DX-summit. Vooral de gegevens van de zonneactiviteiten die in een apart kadertje te bezien zijn. Zo hedenmorgen (15 maart ’10) werd gemeld dat 80-40 m “good” zijn, 30-20 m “fair” en de rest “poor”.

Gisteren ook nog even bij PA7DD in Hoevelaken geluisterd en ondanks zijn eenvoudige dipool leek de wereld open. Toen ik 10 maart j.l. ook nog in de 10 m band St. Helena werkte met ZD7FT en S 5.7 kon ik mij op grond van deze ervaringen niet aan de indruk onttrekken dat onze dip, wat condities betreft, aan het verdwijnen is.
Dit werd bevestigd door een artikel van George Beekman in de wetenschapsbijlage van NRC-Handelsblad van 13 maart j.l. Hij wees in dit artikel op trage gasstromen die aan het zonneoppervlak voorkomen. Dit zijn plasmastromen. De traagste zijn zogenaamde meridionale stromen die van de evanaar naar de polen stromen. Via de polen gaan deze gassen weer naar binnen en komen bij de evenaar weer naar buiten. Als de stromen het snelst zijn dan is de zon het minst actief. De snelheid van zo’n stroming is dan overigens nog geen 20 m/sec. Deze stroming speelt een sleutelrol in de activiteitencyclus van de zon. Dat electrisch geladen en stromende plasma gaat gepaard met sterke magnetische velden. Die op hun beurt veranderen de polariteit van de magnetische polen. En dan komt het cruciale, deze magnetische polen klappen ongeveer elke 11 jaar helemaal om. Dan zijn we weer thuis bij onze propagatie verwachtingen. Het artikel vermeldt ook dat de Amerikaanse astronomen Hathaway en Rightmire de snelheid maten van de stromingen tussen 1996 en 2009. Zij konden via de zonnesatelliet SOHO de beweging van kleine magnetische velden nagaan. Er bleek dat de meridionale stroming op de 75e breedtegraad nog steeds naar de polen was gericht en dus zich meer uitstrekte dan aangenomen. Zij constateerden ook dat de meridionale stroming het grootst was tijdens het zonnevlekkenminimum van 1996 – 1997 en het kleinst tijdens het vlekken maximum van 2001-2005. Nog interessanter is dat de stromingssnelheid weer toenam tot 2005 en de snelheid is sinds die tijd praktisch constant. Daarmede wordt ons zend wereldje gestaafd in de ervaring dat we dit keer wel met een heel lange periode van slechte condities te maken hebben of anders gesteld de dip duurt wel heel lang. Maar begint het toch te gloren zoals in het begin van dit artikeltje gesignaleerd?

(PA3CXM)
2010/03/17

 Meer informatie

  • DX-Summit DX website
  • NRC Over zonne aktiviteit door George Beekman